AVONTUUR IN DE KOSMOS Ob en Nibor zijn commandanten van sterrenschepen in het jaar 3000. De bemanningen bestaan uit wezens van heel veel planeten, waaronder die van de aarde. Op een reis naar Mars om die te bevoorraden, horen ze dat hun schepen daar van een nieuwe motor worden voorzien en er ook een apparaat wordt ingebouwd, waardoor ze onzichtbaar voor de vijand kunnen vliegen. Na Mars vliegen ze richting Venus en komen onverwacht in een Fadingo, een geluidloze ruimte terecht. Ze raken allemaal bewusteloos. Als ze wakker worden staan ze op een dieren planeet, waar de leeuw, president van de planeet is. Geen enkel dier is hier gevaarlijk en als ze meegenomen worden tussen de vleugels van een Archaeopteryxen, vogelachtige dinosaurus, komen ze in een Jura en Krijt dal terecht en ontmoeten daar dieren van miljoenen jaren geleden. Als ze weer vertrekken, even weer bewusteloos raken, uit de Fadingo zijn weet niemand meer wat ze op de dierenplaneet hebben meegemaakt. Richting Aarde komen ze een verdwaalde Apollo uit 2060 tegen, enteren het schip en brengen het naar de aarde terug. Ze worden overvallen door een zonnestorm maar landen zonder schade op het Atlantis vliegveld op de Atlantische Oceaan. Als de commandanten naar de boeg van hun schepen kijken, zien ze twee dieren tekeningen die voorheen nooit aanwezig waren. Niemand begrijpt hoe die tekeningen op de boeg van de schepen terecht zijn gekomen. Kinderboek (150blz.)